Nieuws

Dec 20, 2018

20ste Nieuwsbrief dec.2018


Beste vrienden van Al-Falah,
Ieder jaar gaat Han Schellart naar Quetta voor overleg, maar dit jaar is dat helaas niet gelukt. Hij heeft nog steeds geen visum ontvangen. De reden is onbekend. Het bestuur heeft nu besloten om de Salesiaan Sami, die Al-Falah leidt, uit te nodigen voor overleg in Nederland.  De plannen staan nog in de kinderschoenen, maar als hij een visum kan krijgen, zou hij ook andere kleine organisaties kunnen bezoeken en zou een ontmoeting georganiseerd kunnen worden met de vrienden van Al-Falah. Nader bericht volgt per e-mail (voor zover mogelijk).
Wat is Pakistan  vaak in het nieuws geweest de laatste tijd! De verkiezing van Imran Khan tot eerste minister, de zaak van Asia Bibi, aanslagen in Karachi en aan de Afghaanse grens. Voor zover bekend werden de aanslagen gepleegd door de afscheidingsbeweging van Balochistan. Ook in Quetta is het onrustig. Denk maar aan de aanslag bij een ziekenhuis waar advocaten bij omkwamen in 2016.
Friends of Al-Falah heeft het geluk om een ooggetuige, Marcel Stallen, te hebben, die speciaal voor onze Nieuwsbrief een verslag heeft geschreven van de situatie in Quetta, waar zo velen van ons gewoond en gewerkt hebben.

Bericht uit Quetta
Toen Han mij onlangs vroeg om een paar alinea’s te schrijven voor de Friends of Al-Falah nieuwsbrief hoefde ik daar niet lang over na te denken. Han zei er wel bij: “niet te negatief hoor……”, want na bijna 4 jaar wonen en werken in Quetta ben ik soms wel eens wat cynisch over de vooruitgang en ontwikkeling in Pakistan. Maar als ik er over nadenk is het glas bij mij nog steeds “half vol”, wat volgens mij een voorwaarde is om in Balochistan te functioneren.
Ik heb Otto voor het eerst in 1986 ontmoet toen ik ook in Quetta werkte. Ik moet nog regelmatig aan Otto denken die meer dan 40 jaar met volle overgave in Quetta heeft gewerkt, nooit klaagde en maar eens in de paar jaar naar Nederland terug ging. Als je dat vergelijkt met mijn riante situatie bij de FAO (Verenigde Naties), waarbij ik om de 6 weken een week naar huis mag, dan realiseer je eens te meer wat een prestatie Otto in Quetta heeft geleverd.
Het dagelijkse leven in Quetta is nauwelijks te vergelijken met 30 jaar geleden en de beperkingen die voor buitenlanders gelden - tegenwoordig niet meer dan een man of 10 – maken het er niet makkelijker op. In de eerste 2 jaren van mijn verblijf in Quetta ging ik in het weekend regelmatig naar Hanna Lake om te wandelen, maar sinds daar een bermbom werd gevonden – je weet nooit of het echt waar is - kan dat ook niet meer. Voor degenen die Hanna Lake kennen: het staat al sinds de winter droog en verder zijn veel districten in Balochistan officieel tot rampgebied verklaard vanwege de droogte. Niet dat dat veel verschil maakt voor de mensen op het platteland en in Quetta halen we het water gewoon van dieper en van verder weg…..totdat het op is. “Business as usual” zeggen mijn Pakistaanse FAO collega’s en dat gaat niet snel veranderen in Balochistan. Wat ook niet is veranderd in Quetta in al die jaren is de invloed van de “tribes” die onderling de macht verdelen in de provinciale regering, het afval in de straten, het gebrek aan sanitaire voorzieningen en de positie van vrouwen die niet veranderd lijkt te zijn in de afgelopen 50 jaar.
Begin volgend jaar ga ik na 4 jaar Pakistan een andere baan zoeken en ik vroeg me af waarom ik hier al die jaren toch met plezier heb gewerkt. Enerzijds ben ik er altijd van overtuigd geweest dat de FAO projecten in Balochistan - in het bijzonder de land- en tuinbouw en veehouderij activiteiten waar ik leiding aan geef - nuttig waren voor de boeren en boerinnen in de afgelegen districten. Anderzijds hebben mijn Pakistaanse collega’s, maar vooral de office boys, de bewakers, de schoonmakers en de chauffeurs, die de eindjes niet of nauwelijks aan elkaar kunnen knopen, mij enorm geholpen. Zij straalden elke dag weer optimisme uit en waren altijd vriendelijk en gastvrij en zij blijven hopen op het “Naya” Pakistan, dat de nieuwe Prime Minister, Imran Khan, heeft beloofd. Ik vond dat altijd heel bijzonder, want deze mensen hebben echt reden tot klagen en zij merken dagelijks hoe alles snel duurder wordt in Pakistan en er de helft van de tijd geen water en stroom is, om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Als ik zelf wel eens een mindere dag had, dacht ik regelmatig “hoe haal ik het in mijn hoofd om bij een tegenslag chagrijnig te zijn; daar is geen enkele reden voor, als ik het met de omstandigheden van de gewone mensen hier vergelijk”. Al met al zal ik Pakistan toch missen als ik volgend jaar afscheid neem. Groeten uit Quetta van Marcel
Hier volgen vier verhalen van jonge mensen die dankzij Friends of Al-Falah een kans hebben gekregen. Het eerste verhaal gaat over een jongen van elf uit een arm gezin in Quetta, het tweede over een jongen van dertien uit een afgelegen dorp, het volgende over een jonge vrouw, die niet mocht studeren vanwege de kosten en de laatste vertelt over een student, die om financiële redenen zijn studie moest afbreken, maar door de beurs die studie kan voltooien.
Het verhaal van Youhana Asif
Youhana is elf jaar oud. Hij verloor zijn vader toen hij acht was.  Hij ging samen met zijn moeder en zusje inwonen bij zijn opa en oma van moeders kant, omdat de familie na de dood van zijn vader het huisje van de overheid moest verlaten. Zijn moeder had naast inkomsten van naaiwerk een klein weduwepensioen en enig spaargeld. Toen zij schildklierkanker kreeg, kon zij haar kinderen niet meer onderhouden. Ze bracht Youhana naar het Al-Falah opvanghuis. Op een avond, twee jaar na de dood van zijn vader, stierf ook zijn moeder, juist nadat ze hem had teruggebracht naar Al-Falah, na een weekendje thuis. Hij is een flink klein manneke, die goed zijn best doet op school. In de weekends gaat hij naar zijn oma. Alle kosten worden voor hem betaald.
Het verhaal van Yashwa Azam
Yashwa is dertien jaar oud. Zijn familie leeft in het dorpje Shekarzi, 90 km van Quetta. Ze zijn het enige Christelijk gezin in het dorp. Zijn vaders werk is het witten van de huisjes. Zijn moeder vaccineert de kinderen in het dorp. Hij ging met zijn drie broertjes en zusjes naar de enige dorpsschool, waar ze ook verplicht les in de Islam moesten volgen. Sinds drie jaar wordt hij opgevangen in het opvangcentrum van Don Bosco, Al-Falah. Hij zit in groep 5. Zijn oudere zus zit op een Christelijk (protestant en katholiek) meisjesinternaat in groep 6.
Het verhaal van Neiha Tariq
Neila (24) komt uit een familie waar geen waarde gehecht wordt aan goed onderwijs voor meisjes. Daarom mocht zij tot haar teleurstelling  niet verder leren na de middelbare school. Ze ging zelf op zoek naar financiering voor haar verdere opleiding en vond zo de mogelijkheid voor een beurs van Al-Falah. Omdat haar cijfers en motivatie  goed waren, kreeg ze geld voor een Bachelor in biotechnologie. Haar ouders stemden toe en ze behaalde een score van 90% aan het einde van het jaar. Ze hoopt dat ze met onze steun nog verder kan studeren.
Het verhaal van Ashley Farnon
Ashley’s moeder is de kostwinner van het gezin. Zij verdient de kost met het geven van privélessen. Hij moest zijn studie Bachelor Business Administration afbreken vanwege  geldgebrek. Van vrienden hoorde hij over de mogelijkheid om een beurs van FoA/SWS Don Bosco te krijgen. Hij is enthousiast over dit initiatief voor de minder draagkrachtige jongeren in Quetta. Dankzij FoA zal hij zijn studie deze maand (dec.2018) voltooien met als specialisatie Human Resources . Met deze opleiding zal hij in iedere organisatie terecht kunnen. Hij wil nog verder gaan voor zijn Masters. Ashley is 21 jaar.

Voorlopig overzicht van de financiële resultaten in 2018 (op 13 december 2018)
In  2018 heeft de Stichting een bedrag van € 14.000  overgemaakt naar Pakistan voor het studiebeurzen programma in 2 betalingen van € 9.000  en € 5.000. De laatste betaling is gedeeltelijk een voorschot voor de studiebeurzen in 2019. De donaties van particulieren zijn in 2018 wat afgenomen van € 9.325  naar € 7.600 (raming), maar er is weer een donatie van een instelling ontvangen van € 500.
De totale geraamde uitgaven waren in 2018 € 6.200  hoger dan de geraamde inkomsten. Dit verschil zal de reserves van de Stichting bij SNS en ING gezamenlijk aan het eind van 2018 terugbrengen tot € 40.261 (raming).
Het volledige overzicht kunt u terugvinden op de website friendsofalfalah.nl
Wij bedanken alle donateurs en hopen dat 2019 voor iedereen een goed jaar zal worden
OPROEP: Als U uw e-mailadres nog niet hebt doorgegeven, zou U dat dan alsnog willen doen? Dan kunnen wij U tussentijdse berichten toesturen bv. over de bijeenkomst van Sami (als dat doorgaat).
Colofon: Stichting Friends of Al-Falah– email: info@friendsofalfalah.nl – rek.nr. NL 22 INGB 0006 145641 correspondentie adres: Arthur van Schendelstraat 105- 3511MB Utrecht
Leden van het bestuur: Han Schellart - voorzitter; Martin Zwanenburg – penningmeester; Paulien de Wilde – secretaris; Frank van Steenbergen; Geert Edelenbosch.